Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig, geconstateerd op 29 oktober 2021.
Betrokkene stelde dat de bus op dat moment in de garage stond en vergeten was te worden geschorst. Tevens gaf hij aan al een boete van de marechaussee te hebben ontvangen voor hetzelfde feit en dat hij de boete niet kon betalen vanwege een instabiel inkomen door het Coronavirus.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat betrokkene deze niet betwist. De aangevoerde omstandigheden en financiële situatie bieden geen grond voor matiging, mede omdat betrokkene deze niet heeft onderbouwd.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens het ontbreken van een verzekering voor het motorrijtuig wordt ongegrond verklaard.