Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Kenau Hasselaarstraat te Vlissingen op 15 juni 2022 om 21:40 uur. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen deze boete en stelde dat de gedraging niet heeft plaatsgevonden en dat de verbalisant zonder staandehouding de overtreding niet had kunnen constateren.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld op 8 november 2023, waarbij betrokkene en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De officier van justitie heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren op basis van de verklaring van de verbalisant en het proces-verbaal.
De rechter oordeelt dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is om de gedraging vast te stellen, tenzij er specifieke feiten zijn die twijfel zaaien. Betrokkene heeft geen zodanige feiten aangevoerd. Uit het proces-verbaal blijkt dat de verbalisant bezig was met een staandehouding van een ander voertuig, waardoor geen reële mogelijkheid tot staandehouding van betrokkene bestond. De boete is daarom terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Een verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard.