ECLI:NL:RBZWB:2023:9405
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen DNA-afname bij veroordeelde mishandeling ongegrond verklaard
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA, stellende dat het misdrijf mishandeling geen relevantie heeft voor DNA-onderzoek en dat bijzondere persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van recidivegevaar een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank heeft het bezwaar op 11 december 2023 behandeld in raadkamer, waarbij de advocaat van de veroordeelde en de officier van justitie zijn gehoord. De veroordeelde zelf was niet aanwezig. De officier van justitie stelde dat mishandeling een misdrijf is waarbij DNA-onderzoek van belang kan zijn en dat de uitzonderingsgronden niet van toepassing zijn.
De rechtbank overwoog dat de Wet DNA terughoudend uitzonderingen toestaat en dat mishandeling diverse vormen kent waarbij DNA-onderzoek bepalend kan zijn. De persoonlijke omstandigheden en het vermeende geringe recidivegevaar zijn onvoldoende om een uitzondering te rechtvaardigen, mede gelet op eerdere contacten met justitie en de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en bevestigde zij het bevel tot afname en verwerking van het DNA-profiel van de veroordeelde.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard.