ECLI:NL:RBZWB:2023:9406
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gegrond bezwaar tegen DNA-opname minderjarige veroordeelde met voorwaardelijke taakstraf
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 december 2023 het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De veroordeelde was ten tijde van het gepleegde feit 13 jaar en kreeg een geheel voorwaardelijke taakstraf van 30 uur opgelegd. Hij was nadien niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen.
De rechtbank overwoog dat bijzondere omstandigheden, waaronder minderjarigheid ten tijde van het misdrijf en het geringe recidivegevaar, een uitzondering op de DNA-opname kunnen rechtvaardigen. De officier van justitie onderschreef dit standpunt mede gelet op het demissionaire wetsvoorstel dat bij minderjarige veroordeelden met taakstraffen onder 40 uur geen DNA wordt afgenomen.
Gezien de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde en het geringe belang van DNA-opname in dit geval, verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond en beval de vernietiging van het celmateriaal. Deze beslissing werd genomen door rechter A.L. Hoekstra in aanwezigheid van griffiers.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.