ECLI:NL:RBZWB:2023:9408

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
16 januari 2024
Zaaknummer
23-006801
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van vergoeding voor kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 22 december 2023 een verzoek ex artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en forfaitaire kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De strafzaak tegen verzoeker was geseponeerd, waardoor hij aanspraak maakte op vergoeding van gemaakte kosten.

Tijdens de raadkamerzitting werden de standpunten van de advocaat van verzoeker en de officier van justitie besproken. De advocaat gaf aan dat enkele gedeclareerde werkzaamheden niet relevant waren voor deze zaak, terwijl de officier van justitie instemde met afwijzing van slechts een deel van de kosten voor processtukken.

De rechtbank oordeelde dat de zaak zonder strafoplegging was geëindigd en dat verzoeker recht had op vergoeding van de kosten rechtsbijstand, met uitzondering van een bedrag van €234,72 dat onvoldoende was onderbouwd. Daarnaast werd het forfaitaire bedrag voor de behandeling van het verzoekschrift toegekend.

De beslissing omvatte een totale vergoeding van €2.792,44, bestaande uit €2.112,44 voor rechtsbijstand en €680,00 voor de kosten van het verzoekschrift. Het bedrag wordt overgemaakt aan Stichting Derdengelden TDNL. Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en forfaitaire kosten wordt gedeeltelijk toegewezen voor een totaalbedrag van €2.792,44.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-015780-23
rk-nummer: 23-006801
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 15 maart 2023, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1973 te [geboorteplaats]
wonende te op het [woonadres]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. R. van ‘t Land, Parkstraat 10 te 4818 SJ Breda.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 2.347,16, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 17 januari 2023;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 11 december 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. J.A. Castelein en mr. A.C.M. Tönis als gemachtigd waarnemend advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat de strafzaak tegen hem is geseponeerd. Verzoeker heeft kosten voor rechtsbijstand gemaakt in het kader van de strafzaak. Verzocht wordt om hem hiervoor een vergoeding toe te kennen ter hoogte van € 2.347,16, te vermeerderen met de forfaitaire kosten voor de indiening en behandeling van de verzoekschriften.
In raadkamer heeft de advocaat in aanvulling op het verzoekschrift aangevoerd dat de advocaat zich op 9 november 2022 heeft gesteld en dat de politie de advocaat pas op 28 februari 2023 op de hoogte heeft gebracht van het sepot. De werkzaamheden van 16 februari 2023 zien allemaal op het navraag doen bij het Openbaar Ministerie naar de stand van zaken. De werkzaamheden “ontwerp processtuk” van 28 februari 2023 en 18 november 2022 zijn per ongeluk in onderhavige zaak terecht gekomen of onder een verkeerde code gedeclareerd, nu in onderhavige zaak geen processtuk hoefde te worden opgesteld.
De officier van justitie heeft zich, in afwijking van de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie, in raadkamer op het standpunt gesteld dat enkel de 36 minuten voor het tweemaal opstellen van een processtuk dient te worden afgewezen. Het verzoek kan voor het overige worden toegewezen, inclusief de forfaitaire vergoeding.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van € 234,72 is niet in voldoende mate onderbouwd, nu de advocaat in raadkamer te kennen heeft gegeven dat in onderhavige zaak geen processtuk hoefde te worden opgesteld, terwijl 36 minuten in totaal is gedeclareerd voor het opstellen van een tweetal processtukken. Het overige verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 2.112,44is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 2.792,44, bestaande uit:
- € 2.112,44 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af;
bepaalt dat een bedrag van
€ 2.792,44zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden TDNL, onder vermelding van “ [naam] ”.
Deze beslissing is op 22 december 2023 gegeven door mr. A.L. Hoekstra, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven en K. Verdult, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2023.
De griffier mr. Van Grinsven is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).