ECLI:NL:RBZWB:2023:9409

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 december 2023
Publicatiedatum
16 januari 2024
Zaaknummer
23-006267
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 december 2023 een verzoekschrift ex artikel 530 Wetboek Pro van Strafvordering behandeld, waarin verzoeker vergoeding van kosten rechtsbijstand vordert na een strafzaak die is geseponeerd.

Verzoeker heeft kosten gemaakt voor rechtsbijstand ter hoogte van € 2.345,88 en verzocht om een forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift, dan wel een hoger bedrag indien behandeling in raadkamer plaatsvindt. De officier van justitie wijzigde haar standpunt en stelde zich op het standpunt dat het verzoek in zijn geheel kan worden toegewezen.

De rechtbank oordeelde dat de zaak zonder strafoplegging is geëindigd en dat de voorwaarden voor vergoeding ex artikel 530 Sv Pro zijn vervuld. De gevorderde kosten van rechtsbijstand werden als voldoende onderbouwd en billijk beoordeeld. Daarnaast werd het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend voor de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer.

De rechtbank wees het verzoek toe tot een totaalbedrag van € 3.025,88 en bepaalde dat dit bedrag zal worden overgemaakt aan Stichting Derdengelden TDNL. Tegen deze beslissing kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand en forfaitaire vergoeding wordt toegewezen tot een totaalbedrag van € 3.025,88.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-323744-22
rk-nummer: 23-006267
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 3 maart 2023, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
woonplaats kiezende ten kantore van mr. R. van ‘t Land, Parkstraat 10 te 4818 SJ Breda.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 2.345,88, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 12 december 2022;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 11 december 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. J.A. Castelein en mr. A.C.M. Tönis als gemachtigd waarnemend advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat de strafzaak tegen hem is geseponeerd. Verzoeker heeft kosten voor rechtsbijstand gemaakt in het kader van de strafzaak. Verzocht wordt om hem hiervoor een vergoding toe te kennen ter hoogte van € 2.345,88, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift.
In raadkamer heeft de advocaat gepersisteerd bij het ingediende verzoekschrift.
De officier van justitie heeft in raadkamer het eerder ingenomen schriftelijke standpunt gewijzigd en zich op het standpunt gesteld dat het verzoek in zijn geheel kan worden toegewezen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 2.345,88is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 3.025,88, bestaande uit:
- € 2.345,88 aan kosten van rechtsbijstand; en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 3.025,88zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Derdengelden TDNL, onder vermelding van “ [kenmerk] ”.
Deze beslissing is op 11 december 2023 gegeven door mr. A.L. Hoekstra, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven en K. Verdult, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2023.
De griffier mr. Van Grinsven is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).