Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op 3 november 2021 op de Baliëndijk te Breda.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 3 november 2021 te Breda. Hij voerde aan de telefoon in een houder te hebben gehad en verward te zijn met de bijrijder die wel een telefoon vasthield. Tevens stelde hij niet in staat te zijn de boete te betalen vanwege zijn financiële situatie als student.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Betrokkene bracht pas in de procedure bij de kantonrechter het argument over de telefoonhouder naar voren, wat onvoldoende overtuigt. De boete is terecht opgelegd.
Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak met ruim twee weken is overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. De zekerheidstelling werd vanwege onvoldoende onderbouwing van de financiële situatie op nihil gesteld. De kantonrechter verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en wijzigt de beslissing door de boete te verlagen tot €187,50 plus administratiekosten.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% tot €187,50 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.