Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 418,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het parkeren van een voertuig voor een inrit op de Jan Scharpstraat te Tilburg op 21 oktober 2021 om 07:54 uur. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat de gemeente het parkeren op het binnenterrein jarenlang had gedoogd. Sinds 2008 was het terrein afgesloten met een hek dat tussen 07:00 en 20:00 uur open was, en bewoners mochten hun auto's parkeren op het terrein bij hun garageboxen.
De officier van justitie betwistte het gedogen en handhaafde de boete omdat het terrein openbaar toegankelijk bleef. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststond en de boete terecht was opgelegd, maar erkende de bijzondere omstandigheden en het ontbreken van waarschuwingen. Tevens was sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
Daarom matigde de kantonrechter de boete tot nihil en kende een proceskostenvergoeding van €837 toe aan betrokkene. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €109 terug te betalen. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Boete voor parkeren voor inrit op afgesloten terrein gematigd tot nihil en proceskostenvergoeding toegekend.