Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 418,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het parkeren van een voertuig voor een inrit op een terrein aan de Jan Scharpstraat te Tilburg, op 21 oktober 2021 om 08:55 uur. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was omdat de gemeente het parkeren op het terrein jarenlang had gedoogd en bewoners niet waren geïnformeerd over veranderingen in het beleid.
De gemeente had het binnenterrein na overleg met bewoners en politie afgesloten met een hek dat van 07:00 tot 20:00 uur open is, waarbij parkeren alleen is toegestaan voor bewoners met garageboxen. Betrokkene werd kort na openingstijd beboet, wat opmerkelijk was gezien de eerdere gedogenpraktijk.
De officier van justitie betwistte het gedogen en stelde dat het terrein openbaar toegankelijk is en de boete terecht is opgelegd. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd, maar matigde de boete tot nihil vanwege de bijzondere omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald, en de officier van justitie werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd tot nihil en proceskostenvergoeding toegekend.