Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
€ 209,25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor parkeren op een verboden tijd op het Besterdplein te Tilburg op 9 juni 2020. Tegen deze boete werd beroep ingesteld, waarna de officier van justitie de boetebeschikking vernietigde en een proceskostenvergoeding toekende voor 38 samenhangende zaken.
De gemachtigde van betrokkene stelde dat de 38 zaken niet nagenoeg identiek waren en dat de samenhang ten onrechte werd aangenomen. De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van samenhangende zaken en dat de proceskostenvergoeding daarom onjuist was berekend.
De kantonrechter vernietigde het besluit over de proceskostenvergoeding en kende een aangepaste vergoeding toe, waarbij een wegingsfactor werd toegepast voor de verschillende procesfasen. De officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van € 657,-, met verrekening van eerder betaalde bedragen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt aangepast en toegekend aan betrokkene.