Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Ringbaan-West te Tilburg op 3 november 2021. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep bij de kantonrechter behandeld op 4 december 2023, waarbij betrokkene en zijn gemachtigde niet verschenen.
De kantonrechter constateerde dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd vaststond en dat er geen inhoudelijke gronden tegen de boete waren aangevoerd. Wel was de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim drie weken overschreden, aangezien de boete op 12 november 2021 was verzonden en de procedure langer dan twee jaar duurde.
Gezien deze termijnoverschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25% en verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het te veel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen. Omdat de boete werd gematigd, kende de kantonrechter een proceskostenvergoeding toe voor de fase bij de kantonrechter, waarbij rekening werd gehouden met samenhangende zaken van dezelfde gemachtigde.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.