Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 18 km/u te hard buiten de bebouwde kom op de N282 Bredaseweg te Tilburg op 29 mei 2021. Betrokkene stelde dat de boete onterecht was omdat hij zich niet kon herinneren dat de bebording aanwezig was en voerde onduidelijkheden aan over de meetmethode. De officier van justitie handhaafde de boete en onderbouwde de aanwezigheid van bebording met recente foto's en een NMI-verklaring over de radar.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de bebording aanwezig was, waardoor de boete terecht is opgelegd. De verdediging kon geen reden geven om aan de juistheid van de meting te twijfelen. De inhoudelijke bezwaren werden ongegrond verklaard.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak met meer dan zes maanden was overschreden. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25% en veroordeelde de officier van justitie tot terugbetaling van het te veel betaalde bedrag. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kantonrechterfase.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskostenvergoeding wordt toegekend.