Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat hij niet de vereiste verzekering had afgesloten en in stand hield voor zijn bromfiets. Deze overtreding werd vastgesteld door het RDW op 25 mei 2022. Betrokkene stelde dat hij bezig was met het laten vernietigen van het kenteken en dat de scooter die dag was geschorst. Tevens voerde hij aan dat de scooter gestolen was, uit elkaar was gehaald op privéterrein en dat hij door werkdruk en vakantie vergeten was de schorsing tijdig door te voeren.
De officier van justitie stelde dat de gedraging vaststond en dat betrokkene verantwoordelijk was voor zijn voertuig en verzekering. Wel erkende de officier dat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat het voertuig niet gebruikt kon worden op het moment van constatering, onderbouwd met foto’s. Daarom verzocht de officier om matiging van de boete tot de helft.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging voldoende was vastgesteld en dat betrokkene deze ook niet ontkende. Het verzekeren of schorsen van een voertuig is een eigen verantwoordelijkheid. Desondanks vond de kantonrechter de omstandigheden aanleiding om de boete te matigen tot €185,00 plus administratiekosten. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het teveel betaalde bedrag moest worden terugbetaald.
Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets is gematigd tot €185,00 plus administratiekosten.