ECLI:NL:RBZWB:2023:9504

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
30 januari 2024
Zaaknummer
10630547 \ MB VERZ 23-914
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens niet verzekeren bromfiets

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd omdat hij niet de vereiste verzekering had afgesloten en in stand hield voor zijn bromfiets. Deze overtreding werd vastgesteld door het RDW op 25 mei 2022. Betrokkene stelde dat hij bezig was met het laten vernietigen van het kenteken en dat de scooter die dag was geschorst. Tevens voerde hij aan dat de scooter gestolen was, uit elkaar was gehaald op privéterrein en dat hij door werkdruk en vakantie vergeten was de schorsing tijdig door te voeren.

De officier van justitie stelde dat de gedraging vaststond en dat betrokkene verantwoordelijk was voor zijn voertuig en verzekering. Wel erkende de officier dat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat het voertuig niet gebruikt kon worden op het moment van constatering, onderbouwd met foto’s. Daarom verzocht de officier om matiging van de boete tot de helft.

De kantonrechter oordeelde dat de gedraging voldoende was vastgesteld en dat betrokkene deze ook niet ontkende. Het verzekeren of schorsen van een voertuig is een eigen verantwoordelijkheid. Desondanks vond de kantonrechter de omstandigheden aanleiding om de boete te matigen tot €185,00 plus administratiekosten. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het teveel betaalde bedrag moest worden terugbetaald.

Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets is gematigd tot €185,00 plus administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10630547 \ MB VERZ 23-914
CJIB-nummer: 2062 5422 5068 8500
uitspraakdatum: 4 december 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd door het RDW Veendam, op 25 mei 2022 om 17:10 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt bezig te zijn geweest om het kenteken te laten vernietigen. Dezelfde dag dat betrokkene de brief van het RDW binnen kreeg, heeft betrokkene de scooter geschorst. Betrokkene voert aan vergeten te zijn om de scooter te schorsen, omdat de scooter gestolen was en hij het druk had op zijn werk. Betrokkene ging kort na het moment dat de scooter terug was gevonden op vakantie. De scooter was op het moment van de constatering helemaal uit elkaar gesleuteld op privégrond. Betrokkene biedt zijn excuses aan en belooft het nooit meer te laten gebeuren.
De zittingsvertegenwoordiger stelt dat de gedraging vast staat. De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat betrokkene verantwoordelijk is voor zijn eigen voertuig en de daarbij horende verzekering. Echter, betrokkene heeft wel aannemelijk gemaakt dat ten tijde van de constatering er niet met het voertuig gereden kon worden door foto’s toe te voegen aan het beroepschrift. Daarbij heeft betrokkene het voertuig drie dagen na de pleegdatum geschorst. Gelet op het bovenstaande verzoekt de zittingsvertegenwoordiger het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en de boete te matigen tot de helft.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de constatering van het RDW Veendam - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent de gedraging ook niet. Het verzekeren of schorsen van een voertuig is een eigen verantwoordelijkheid van betrokkene.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene met foto’s in zijn beroepschrift aannemelijk maakt dat er niet met het voertuig gereden kon worden ten tijde van de constatering. De boete zal worden gematigd tot € 185,00.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 185,00 plus € 9,00 administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 185,00, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2023.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: