ECLI:NL:RBZWB:2023:9508

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 december 2023
Publicatiedatum
30 januari 2024
Zaaknummer
10639955 \ MB VERZ 23-934
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen boete voor onverzekerde bromfiets

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor een bromfiets. De overtreding werd vastgesteld door het RDW op 10 maart 2022. Betrokkene voerde aan dat de bromfiets op 8 januari 2022 was gestolen en dat zij een nieuwe scooter had aangeschaft en verzekerd vanwege haar stage.

De teruggevonden bromfiets was zwaar beschadigd en niet berijdbaar, en betrokkene had deze in de tuin van een vriend geplaatst zonder te weten dat zij deze moest verzekeren. Zij verzocht om matiging van de boete vanwege haar financiële situatie, waaronder een lage stagevergoeding en het feit dat zij uitwonend was.

De officier van justitie stelde dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor verzekering of schorsing, ook bij diefstal en beschadiging. Gezien de omstandigheden achtte de kantonrechter de boete terecht, maar matigde deze tot nihil vanwege de niet-berijdbare staat van de bromfiets en de financiële situatie van betrokkene.

De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €379,00 terug te betalen. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie gewijzigd.

Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets is gematigd tot nihil vanwege diefstal en financiële omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10639955 \ MB VERZ 23-934
CJIB-nummer: 0062 5422 4890 2644
uitspraakdatum: 4 december 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in standhouden, geconstateerd door het RDW Veendam, op 10 maart 2022 om 17:06 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden en dat het boetebedrag te hoog is, gelet op haar financiële situatie. Betrokkene stelt een uitwonende student met een bijbaan te zijn en heeft moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Betrokkene stelt dat de bromfiets waar deze boete betrekking op heeft op 8 januari 2022 is gestolen. Zij heeft op 15 januari 2022 een nieuwe scooter gekocht, die zij dringend nodig had in verband met haar stage. Deze scooter heeft betrokkene meteen verzekerd. Op 2 februari 2022 had de politie haar scooter teruggevonden. De scooter was flink kapot gemaakt en kon niet meer rijden. Betrokkene heeft de scooter opgehaald en deze in de tuin van een vriend weggezet. Zij wist niet dat zij deze bromfiets moest verzekeren aangezien die toch niet kon rijden. Wel heeft betrokkene de bromfiets op dit moment geschorst. Betrokkene verzoekt om rekening te houden met haar financiële omstandigheden. Op het moment dat de boete werd opgelegd kreeg zij een stagevergoeding van € 250,00 per maand. Op dit moment krijgt zij een stagevergoeding van € 170,00 per maand. Ook geeft betrokkene aan geld te hebben geleend om een nieuwe scooter te kopen en dat zij uitwonend is.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat zij de scooter als gestolen heeft opgegeven bij het RDW. Daarnaast heeft zij herhaald wat zij al eerder in het beroepschrift had aangevoerd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting aangevoerd dat de kentekenhouder in principe verantwoordelijk is voor het tijdig schorsen of verzekeren van het voertuig, zelfs als de scooter kapot terug wordt gevonden na een diefstal. De zittingsvertegenwoordiger stelt dat de boete terecht is opgelegd. Gelet op het uitgebreide en duidelijk onderbouwde verhaal, waarin betrokkene toelicht dat de scooter gestolen was en zij het financieel pittig had, verzoekt de zittingsvertegenwoordiger het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en de sanctie te matigen tot de helft.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de constatering van het RDW - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Daarbij ontkent betrokkene de gedraging ook niet.
Indien iemand een scooter in bezit heeft dient deze verzekerd of geschorst te zijn. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de scooter op het moment dat deze terugkwam bij de rechtmatige eigenaar niet berijdbaar was. Bovendien heeft betrokkene al kosten moeten maken omdat zij een nieuwe scooter moest kopen. De boete zal daarom worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 379,00 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2023.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: