Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden met 21 km per uur te hard binnen de bebouwde kom, waar een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt. Betrokkene voerde aan dat de weg onjuist is ingericht en dat de boete onredelijk is vanwege de gevaarlijke situatie voor fietsers en automobilisten.
De officier van justitie handhaafde de boete en stelde dat de weg recent was heringericht met versmallingen en dat betrokkene op de hoogte was van de geldende maximumsnelheid. De kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en stelde vast dat betrokkene de overtreding niet ontkende.
De kantonrechter oordeelde dat weggebruikers verplicht zijn zich aan de maximumsnelheid te houden en dat het negeren daarvan voor eigen risico is. Er was geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom wordt ongegrond verklaard.