Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 418,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te Roosendaal op 22 april 2022. Betrokkene ontkende de gedraging en stelde dat het een pakje sigaretten betrof en dat de telefoon in een houder zat. De verbalisant verklaarde echter dat betrokkene de telefoon ter hoogte van zijn mond hield om te praten, en ontkende dat het een pakje sigaretten was.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat de gedraging vaststaat. Betrokkene werd niet gehoord door de officier van justitie, wat een schending van de hoorplicht vormt. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en een matiging van de boete met 25%.
De boete werd gematigd tot € 262,50 plus administratiekosten, en betrokkene kreeg een proceskostenvergoeding van € 837,- toegekend. Tevens moet de officier van justitie het te veel betaalde bedrag van € 87,50 terugbetalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete gematigd met 25%, proceskostenvergoeding toegekend.