Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 209,25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het parkeren voor een inrit op de Pastoor Jutenlaan te Bergen op Zoom op 16 maart 2021. Hij stelde dat hij de gedraging niet had verricht en verzocht om het horen van de verbalisanten. Tevens verwees hij naar het Keskin-arrest en stelde dat het proces-verbaal niet in overeenstemming was met de Wet Politiegegevens.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat uit het dossier voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Wel achtte de kantonrechter aanleiding om de boete te matigen, mede omdat betrokkene aannemelijk had gemaakt in het bezit te zijn van ontheffingen voor de voertuigen en vanwege de bijzondere omstandigheden die betrokkene ter zitting aanvoerde.
De boete werd gematigd tot nihil en het beroep werd daardoor gedeeltelijk gegrond verklaard. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. Gezien de uitzonderlijke situatie en de inspanningen van betrokkene kende de kantonrechter een proceskostenvergoeding van €717 toe.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter A.B. Scheltema Beduin op 11 december 2023 te Bergen op Zoom. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot nihil en betrokkene ontvangt een proceskostenvergoeding van €717.