Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 209,25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig voor een inrit op de Pastoor Jutenlaan te Bergen op Zoom op 17 juli 2021. Betrokkene stelde dat hij de gedraging niet had verricht en verzocht om aanhouding van de zaak om de verbalisanten te horen, verwijzend naar privacy- en procedurele bezwaren. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging wel was verricht, maar achtte de omstandigheden aanleiding tot matiging van de boete. Betrokkene had aannemelijk gemaakt in het bezit te zijn van ontheffingen voor de voertuigen en de incidentele situatie was zwaarwegend. Daarom werd de boete gematigd tot nihil. Tevens werd het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald.
Gezien de uitzonderlijke omstandigheden en de inspanningen van betrokkene werd een proceskostenvergoeding van €717 toegekend. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete is gematigd tot nihil en een proceskostenvergoeding van €717 is toegekend.