Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 418,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Donkerstraat te Etten-Leur op 20 december 2021. Betrokkene stelde dat hij als bestemmingsverkeer viel onder een uitzondering en dat de boete onredelijk was gezien zijn woonplaats nabij de geslotenverklaring. De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene in hoger beroep ging bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond, maar betrokkene niet als bestemmingsverkeer kon worden aangemerkt omdat hij van zijn woonplaats wegreed en geen alternatieve route met vergelijkbare reistijd koos. Wel werd vastgesteld dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, omdat betrokkene niet in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord, wat wettelijk vereist is.
Daarom werd de beslissing van de officier van justitie vernietigd en de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €837,- toegekend aan betrokkene en werd het teveel betaalde bedrag als zekerheidstelling terugbetaald. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.