Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op 28 januari 2022 in Bergen op Zoom. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep grotendeels ongegrond verklaarde, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 11 december 2023 stelde betrokkene dat de boete onredelijk was gezien de omstandigheden: gemachtigde was onderweg naar het ziekenhuis met een injectiespuit, had pijn en kon nauwelijks lopen, en parkeerde dicht bij de ingang in de veronderstelling dat dit toegestaan was. De verbalisant kon deze omstandigheden niet kennen en constateerde terecht het ontbreken van een gehandicaptenparkeerkaart.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat betrokkene naliet de aanwezige bebording te lezen. De boete was terecht opgelegd, maar gelet op de omstandigheden en de duur van het parkeren werd de boete gematigd tot de helft. Het beroep is daarom gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie wordt opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete voor parkeren zonder gehandicaptenparkeerkaart is gematigd tot de helft vanwege verzachtende omstandigheden.