Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zij niet de vereiste verzekering had afgesloten voor haar bromfiets, geconstateerd op 21 december 2021. Betrokkene voerde aan dat de bromfiets al jaren niet werd gebruikt en dat zij dacht de bromfiets geschorst te hebben, maar door een vergissing was dit nog niet bevestigd. Na constatering van de overtreding heeft zij direct alsnog de schorsing aangevraagd.
De officier van justitie stelde dat betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is voor het voertuig en de verplichtingen, ongeacht het gebruik. De boete was terecht opgelegd, maar er was aanleiding voor matiging omdat de schorsing kort na de boete plaatsvond.
De kantonrechter oordeelt dat de overtreding vaststaat en dat betrokkene de gedraging niet ontkent. De boete is terecht, maar gelet op de omstandigheden en het directe handelen van betrokkene wordt de boete gematigd tot de helft. Het beroep is daardoor gedeeltelijk gegrond en de beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid wordt terugbetaald.
Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets wordt gematigd tot de helft en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.