ECLI:NL:RBZWB:2023:9539

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 december 2023
Publicatiedatum
1 februari 2024
Zaaknummer
10720123 \ MB VERZ 23-330
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onvoldoende bewijs gedraging

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het niet verlenen van voorrang op een kruispunt te Etten-Leur op 14 juni 2022. Betrokkene stelde dat het voertuig op dat moment in Middelburg was en dat mogelijk sprake was van een verschrijving of gebruik van een gestolen kenteken. De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting bracht betrokkene naar voren dat zij haar voertuig nooit uitleent en overhandigde een verklaring van buren die bevestigt dat het voertuig niet op de locatie van de overtreding stond. Ook werd gewezen op inconsistenties in de verklaring van de verbalisant, die sprak over een mannelijke bestuurder terwijl betrokkene vrouwelijk is.

De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat betrokkene de overtreding heeft begaan. De boete is daarom onterecht opgelegd. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie worden vernietigd. Betrokkene krijgt het betaalde bedrag terug en een proceskostenvergoeding van €837 toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard, de boete vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 10720123 \ MB VERZ 23-330
CJIB-nummer : 1062 5422 5044 0093
uitspraakdatum : 11 december 2023
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [plaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] ( [b.v.] )

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 december 2023. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: geen voorrang geven aan bestuurders die van rechts komen op een kruispunt op de Bredaseweg (kruising Schoonhout) te Etten-Leur op 14 juni 2022 om 11:08 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het voertuig was namelijk in Middelburg en niet in Etten-Leur. Gemachtigde verwijst voor bewijs naar de eventuele producties en de verklaring van betrokkene. Er is mogelijk sprake geweest van een verschrijving bij het opleggen van de sanctie, of mogelijk is sprake van een gestolen of gekopieerd kenteken. De gedragingsgegevens uit het zaakoverzicht zijn eveneens onvoldoende. Voorts is het zaakoverzicht waarin de verklaring van de verbalisant staat niet op ambtseed afgelegd. Gemachtigde stelt dat er sprake is van schending van artikel 5 Wahv Pro. Betrokkene is niet staandegehouden. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om staandehouding te verrichten mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Omdat er sprake is van een reële mogelijkheid tot staandehouding is de boete onterecht aan de kentekenhouder opgelegd. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat zij haar voertuig nooit uitleent. Bovendien heeft betrokkene een verklaring van de buren, waaruit blijkt dat het voertuig niet op de pleeglocatie stond.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In beginsel was de zittingsvertegenwoordiger ondanks de stelselmatige ontkenning van mening dat dit onvoldoende werd onderbouwd, maar nu betrokkene ter zitting is verschenen ziet de zittingsvertegenwoordiger gelet op de toelichting aanleiding om te twijfelen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat gemachtigde en betrokkene aannemelijk hebben gemaakt dat het om een mogelijke verschrijving gaat. Bovendien is mede van belang dat betrokkene van het vrouwelijke geslacht is, maar de verbalisant in zijn verklaring verwijst naar een betrokkene van het mannelijk geslacht (“hij keek strak voor zich uit en bleef doorrijden”). Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 837,- = € 418,50
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 837,- =
€ 418,50
totaal € 837,00

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.B. Scheltema Beduin, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2023.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: