Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 418,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd voor het niet verlenen van voorrang op een kruispunt te Etten-Leur op 14 juni 2022. Betrokkene stelde dat het voertuig op dat moment in Middelburg was en dat mogelijk sprake was van een verschrijving of gebruik van een gestolen kenteken. De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting bracht betrokkene naar voren dat zij haar voertuig nooit uitleent en overhandigde een verklaring van buren die bevestigt dat het voertuig niet op de locatie van de overtreding stond. Ook werd gewezen op inconsistenties in de verklaring van de verbalisant, die sprak over een mannelijke bestuurder terwijl betrokkene vrouwelijk is.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat betrokkene de overtreding heeft begaan. De boete is daarom onterecht opgelegd. De beschikking en de beslissing van de officier van justitie worden vernietigd. Betrokkene krijgt het betaalde bedrag terug en een proceskostenvergoeding van €837 toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard, de boete vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend.