ECLI:NL:RBZWB:2023:9551
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen verkeersboete wegens rechts inhalen op A27
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rechts inhalen op de Rijksweg A27 te Breda op 12 november 2021. Betrokkene voerde aan dat hij niet op rijstrook 1 en 2 reed, maar op invoeg- en uitvoegstrook met blokmarkering, waar rechts inhalen is toegestaan. Tevens stelde hij dat de redelijke termijn voor behandeling was overschreden.
De officier van justitie stelde dat de gedraging vaststond op basis van de verklaring van de verbalisant en verzocht om matiging van de boete vanwege termijnoverschrijding. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs is en dat de betrokkene geen concrete feiten aanvoerde die twijfel rechtvaardigen.
De redelijke termijn van twee jaar was met bijna drie weken overschreden, waardoor de boete met 25% moest worden gematigd. De kantonrechter verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, matigde de boete, beval terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en kende een proceskostenvergoeding toe voor de fase na termijnoverschrijding.
Uitkomst: De boete wegens rechts inhalen op de A27 wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.