De vrouw vordert vervangende toestemming voor een vakantie met de minderjarigen naar Polen van 17 tot en met 25 februari 2023, omdat de man als medegezaghebbende ouder zijn toestemming niet verleent. De minderjarigen wonen bij de vrouw en zijn onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling. Eerder werd al vervangende toestemming verleend voor een vakantie in de kerstperiode.
De man is niet verschenen en heeft zijn standpunt niet toegelicht. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert positief over de vordering, benadrukkend dat een buitenlandse vakantie in het belang van de minderjarigen wordt geacht. De voorzieningenrechter stelt vast dat het spoedeisend belang van de vrouw vaststaat en dat de vordering niet is weersproken.
Op grond hiervan wordt de vordering toegewezen en wordt de vrouw toestemming verleend om met de minderjarigen naar Polen te reizen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct gevolgd moet worden, ook bij verzet van de man.