Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
6 oktober 2023.
2.De feiten
7 november 2023 pro forma in afwachting van het adviesrapport van de Raad.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige die ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Ondanks inzet van vrijwillige hulpverlening en medewerking van beide ouders, zijn de problemen rondom emotie-regulatie, schoolverzuim en contact met de moeder niet duurzaam opgelost.
De minderjarige woont bij zijn vader en is sinds kort weer gestart op speciaal onderwijs, met een positieve, maar nog prille ontwikkeling. De moeder en vader stemmen in met de ondertoezichtstelling, evenals de gecertificeerde instelling die de uitvoering op zich zal nemen. Er is echter nog geen vaste jeugdzorgwerker beschikbaar.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden van artikel 1:255 BW Pro is voldaan: de minderjarige wordt ernstig bedreigd in zijn ontwikkeling, de noodzakelijke zorg wordt onvoldoende geaccepteerd, en er is een redelijke verwachting dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn weer zelf de opvoeding kunnen dragen.
De beschikking wordt voor de duur van twaalf maanden gegeven en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tijdens deze periode zal een jeugdzorgwerker regie voeren en wordt ingezet op contactherstel tussen moeder en kind, evenals het in kaart brengen van de problematiek en benodigde hulpverlening.
De beschikking is op 9 oktober 2023 mondeling gegeven en op 24 oktober 2023 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: De minderjarige wordt voor twaalf maanden onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.