ECLI:NL:RBZWB:2023:9604

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 december 2023
Publicatiedatum
14 februari 2024
Zaaknummer
C/02/417312 / JE RK 23-2247
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot spoedmachtiging uithuisplaatsing minderjarige voor pleegzorg

De gecertificeerde instelling verzocht op 21 december 2023 met spoed om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleeggezin voor vier weken, gevolgd door een machtiging voor zes maanden. Dit verzoek kwam voort uit de constatering dat de moeder de veiligheidsafspraken niet nakwam, waardoor de minderjarige en de moeder de huidige verblijfplaats moesten verlaten.

De kinderrechter oordeelde dat het dringend en onverwijld noodzakelijk was om de minderjarige uit huis te plaatsen zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden, vanwege het ernstige gevaar voor de veiligheid van het kind. De machtiging werd verleend voor de duur van twee weken met onmiddellijke uitvoerbaarheid, om de veiligheid van het kind te waarborgen en de moeder de gelegenheid te bieden stabiliteit te tonen.

De behandeling van het resterende verzoek werd aangehouden en een mondelinge behandeling gepland op 28 december 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak, via de griffie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter Dijkman op 21 december 2023 in Middelburg.

Uitkomst: Machtiging tot spoeduithuisplaatsing van de minderjarige in een pleeggezin met onmiddellijke uitvoerbaarheid verleend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/417312 / JE RK 23-2247
Datum uitspraak: 21 december 2023
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)uithuisplaatsing
in de zaak van
De gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam Zuidoost,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof te Gilze,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 21 december 2023, ingekomen bij de griffie
op 21 december 2023.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 september 2023 [minderjarige] , na een voorlopige ondertoezichtstelling, onder toezicht gesteld tot 14 oktober 2024. Bij dezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere gezaghebbende ouder (de moeder) tot 14 oktober 2024. Op grond hiervan verblijft [minderjarige] met de moeder op een voor de rechtbank bekend adres.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van vier weken, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden en met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van de informatie, zoals weergegeven in het verzoek, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst. Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . [minderjarige] en de moeder hebben de afgelopen maanden verschillende verblijfplekken gehad. Meerdere plaatsingen zijn beëindigd omdat de moeder de veiligheidsafspraken niet nakwam. Ook nu is gebleken dat de moeder de gemaakte veiligheidsafspraken niet na is gekomen, waardoor de moeder en [minderjarige] vandaag de huidige locatie moeten verlaten. Een nieuwe machtiging uithuisplaatsing, ditmaal voor een plaatsing in een pleeggezin, is dringend en onverwijld noodzakelijk om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen en de moeder de gelegenheid te bieden om te laten zien dat zij [minderjarige] stabiliteit en duidelijkheid kan bieden. Tot de moeder dit kan laten zien is het noodzakelijk dat [minderjarige] op een stabiele, veilige plek verblijft.
4.2.
De GI en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna vermelde zitting.
4.3.
In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van twee weken worden verleend. Het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden.
4.4.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor
pleegzorg met ingang van 21 december 2023 tot 4 januari 2024;
5.2
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.3
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de vader en
de moeder op te verschijnen tijdens de mondelinge behandeling van de kinderrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, in het gerechtsgebouw aan Kousteensedijk 2 te Middelburg, op
28 december 2023 te 11:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2023, in aanwezigheid van mr. Van Ginneke als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.