De gecertificeerde instelling verzocht op 21 december 2023 met spoed om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleeggezin voor vier weken, gevolgd door een machtiging voor zes maanden. Dit verzoek kwam voort uit de constatering dat de moeder de veiligheidsafspraken niet nakwam, waardoor de minderjarige en de moeder de huidige verblijfplaats moesten verlaten.
De kinderrechter oordeelde dat het dringend en onverwijld noodzakelijk was om de minderjarige uit huis te plaatsen zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden, vanwege het ernstige gevaar voor de veiligheid van het kind. De machtiging werd verleend voor de duur van twee weken met onmiddellijke uitvoerbaarheid, om de veiligheid van het kind te waarborgen en de moeder de gelegenheid te bieden stabiliteit te tonen.
De behandeling van het resterende verzoek werd aangehouden en een mondelinge behandeling gepland op 28 december 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak, via de griffie van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter Dijkman op 21 december 2023 in Middelburg.