ECLI:NL:RBZWB:2023:9638

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 september 2023
Publicatiedatum
28 februari 2024
Zaaknummer
C-02-408224 - HA ZA 23-192
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • Eijssen-Vruwink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis tot bepalen van mondelinge behandeling in onrechtmatige daad en onverschuldigde betaling

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelt een civiele bodemzaak tussen Dela Holding N.V. als eiseres en een particuliere gedaagde. De zaak betreft een geschil over onrechtmatige daad en onverschuldigde betaling vanwege overboeking van bedragen van eiseres naar de rekening van gedaagde.

Na een eerdere incidentuitspraak en conclusies van partijen heeft de rolrechter de zaak aangehouden om te beslissen over het al dan niet gelasten van een mondelinge behandeling. De rechtbank beveelt nu een mondelinge behandeling aan om partijen de gelegenheid te geven hun standpunten nader toe te lichten, inlichtingen te verstrekken en te onderzoeken of overeenstemming mogelijk is.

De mondelinge behandeling vindt plaats op 26 januari 2024 in Breda, waarbij beide partijen en hun advocaten moeten verschijnen. De rechtbank wijst erop dat het niet verschijnen nadelige gevolgen kan hebben. Tevens wordt de mogelijkheid van een minnelijke regeling of mediation besproken. De verdere procedure wordt na deze zitting bepaald.

Uitkomst: Mondelinge behandeling gelast op 26 januari 2024 voor nader onderzoek en onderbouwing, verdere beslissing aangehouden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/408224 / HA ZA 23-192
Vonnis van 27 september 2023
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DELA HOLDING N.V.,
gevestigd te Eindhoven,
eiseres,
advocaat mr. S. van Creij te 's-Hertogenbosch,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. F.J.N. Hendriksen-Rattan-Tewari te Uithoorn.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis in incident d.d. 28 juni 2023, met alle daarin genoemde stukken,
  • de conclusie van antwoord met producties.
1.2.
Vervolgens heeft de rolrechter de zaak aangehouden om te beslissen of een mondelinge behandeling zal worden gelast.

2.De overwegingen

2.1.
De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
2.2.
De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.
2.3.
Op de mondelinge behandeling wordt aan de advocaten van partijen de gelegenheid geboden om de standpunten van partijen kort nader toe te lichten aan de hand van beknopte spreekaantekeningen.
2.4.
Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. Scheffers in het gerechtsgebouw te Breda aan Stationslaan 10 op
vrijdag 26 januari 2024van
9:30tot
12:30uur. De mondelinge behandeling zal gelijktijdig plaatsvinden met de vrijwaringszaak met rolnummer C/02/412644/HA ZA 23-419.
3.2.
bepaalt dat [gedaagde] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat Dela Holding N.V. dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2023.