De huurder huurt sinds januari 2021 een woning en is sinds augustus 2022 structureel in gebreke gebleven met huurbetalingen, met een huurachterstand van ruim zeven maanden tot en met november 2023. Partijen maakten betalingsafspraken die niet werden nagekomen, waarna de verhuurder de huurovereenkomst per 1 september 2023 beëindigde met wederzijds goedvinden. De verhuurder vordert ontruiming en betaling van de huurachterstand, boeterente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en dat de huurachterstand ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming te rechtvaardigen. De ontruiming wordt toegelaten met een termijn van 14 dagen na betekening. De vordering tot betaling van de huurachterstand en lopende huur wordt eveneens toegewezen.
De gevorderde boeterente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de bedingen in de algemene huurvoorwaarden als oneerlijk worden beoordeeld op grond van Richtlijn 93/13/EEG. De boeterente is hoger dan de wettelijke handelsrente en de incassokosten overstijgen de wettelijke staffel. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente over deze kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.