De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om op grond van artikel 1:265g BW de regie te krijgen over het uitbreiden en wijzigen van de contactregeling tussen de vader en de minderjarige, die onder toezicht staat van de GI. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar de minderjarige woont bij de moeder. Er lopen meerdere procedures tussen de ouders over zorg- en contactregelingen.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn de ouders, hun advocaten, vertegenwoordigers van de GI en de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. De GI trok onderdelen van haar verzoek in en vroeg alleen de regie over uitbreiding en vakanties aan de GI toe te wijzen. Beide ouders staan achter dit verzoek en erkennen de noodzaak van duidelijke afspraken en regie om spanningen te verminderen.
De kinderrechter oordeelt dat de GI de regie moet voeren over de uitbreiding en wijziging van de contactregeling zolang de ondertoezichtstelling duurt, omdat de ouders er samen niet uitkomen en dit leidt tot spanningen die de minderjarige raken. De voorlopige zorgregeling uit het vonnis van 19 januari 2024 blijft voorlopig gelden. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kinderrechter benadrukt het belang van goede communicatie tussen de ouders en de rol van de GI en De GezinsManager daarbij.