De gemeente Breda had besloten om een Dobermann teefje, aangewezen als gevaarlijke hond, na 21 februari 2024 te euthanaseren. De hond was in november 2023 in beslag genomen na het opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod. De eigenaar maakte bezwaar tegen de inbeslagname en de voorgenomen euthanasie, maar de gemeente had nog niet op het bezwaar beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het onwenselijk is om de euthanasie uit te voeren voordat op het bezwaar is beslist, mede omdat de juridische grondslag voor vernietiging van inbeslaggenomen zaken pas na dertien weken aanvangt. De vordering tot uitstel van euthanasie werd daarom toegewezen. De vordering tot een bezoekregeling met de hond werd afgewezen vanwege het belang van de opslaghouder om locatie en identiteit geheim te houden.
De kosten van het kort geding werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van het verbod op euthanasie tot beslissing op bezwaar.