Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
nader te noemen verzoekster,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster, erfgename in de nalatenschap van de overleden erflater, heeft de rechtbank verzocht om aan verweerster, eveneens erfgename, een termijn te stellen om zich uit te laten over de aanvaarding of verwerping van de nalatenschap. Verweerster had zich ondanks herhaalde verzoeken niet afdoende uitgesproken over deze keuze.
De rechtbank overweegt dat er voldoende grond is om een termijn te stellen en acht het redelijk een termijn van vier weken te geven, ingaande op de dag nadat verzoekster de beschikking aan verweerster heeft betekend en een afschrift van de beschikking met het betekeningsexploot is ingeschreven in het boedelregister. Er zijn geen feiten of omstandigheden die zich tegen het verzoek verzetten.
De kantonrechter wijst erop dat als verweerster binnen deze termijn geen keuze maakt, zij geacht wordt de nalatenschap zuiver te aanvaarden. De beschikking is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 februari 2024 door mr. Van der Burgt.
Uitkomst: Verweerster krijgt een termijn van vier weken om te kiezen voor aanvaarding of verwerping van de nalatenschap.