Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 13 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder huurt sinds 15 februari 2019 een woning en heeft sinds juli 2023 geen huur meer betaald, waardoor een huurachterstand van €7.102,46 is ontstaan. De verhuurder vordert ontruiming van de woning in kort geding vanwege deze achterstand.
De huurder is correct opgeroepen maar verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend. De kantonrechter stelt vast dat er een spoedeisend belang is en dat met grote waarschijnlijkheid de bodemrechter dezelfde beslissing zal nemen.
De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een ontruimingstermijn van twee weken na betekening. De gevorderde machtiging voor ontruiming met de sterke arm wordt afgewezen als overbodig. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen twee weken vanwege een huurachterstand van meer dan drie maanden.