4.3.2De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Primair
Op grond van de verklaringen van verdachte en [slachtoffer] staat vast dat [slachtoffer] meerdere keren bij verdachte langs is geweest in zijn schuur. Ook staat vast dat verdachte op een van die momenten de penis van [slachtoffer] heeft betast. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van het primair ten laste gelegde, moet de rechtbank beoordelen of dit onverhoeds, en daarmee onder dwang, is gebeurd.
Uit het dossier volgt dat de aanleiding van het contact tussen verdachte en [slachtoffer] was dat zij via Grindr, een app die is bedoeld voor mannen om (seksueel) contact met elkaar te krijgen, met elkaar in gesprek waren geraakt. Vervolgens hebben zij elkaar meerdere keren in de schuur van verdachte ontmoet en hebben zij gesprekken gehad, waarbij er ook gesprekken zijn geweest met een seksuele inhoud. De rechtbank kan, mede gelet op de verklaring van verdachte hierover, niet uitsluiten dat de handelingen, het betasten en masseren van de penis, gaandeweg in het contact, zonder verzet door [slachtoffer] , zijn verricht en dat van een plotseling en daarmee onverhoeds aanraken geen sprake is geweest. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair onder feit 1 ten laste gelegde feit.
Subsidiair
Aangezien verdachte ten aanzien van feit 1 subsidiair een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2023040436 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 46.
De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 9 februari 2024 en afgelegd bij de politie (pagina 37 tot en met 46);
- het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] (pagina 19 tot en met 23).
De rechtbank komt ook tot een bewezenverklaring van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op het masseren van de penis van [slachtoffer] , nu de verklaring van [slachtoffer] op dat onderdeel ondersteund wordt door de verklaring van verdachte dat hij aan de penis van [slachtoffer] voelde en daarbij met zijn vingers bewoog. Dit bewegen met de vingers levert ondanks dat dit slechts kortdurend is geweest, het tenlastegelegde masseren op.
Voor wat betreft de pleegperiode zoekt de rechtbank aansluiting bij de verklaring van [slachtoffer] , waaruit volgt dat het feit heeft plaatsgevonden toen hij in de brugklas zat en net veertien jaar was of dat bijna zou worden en de verklaring van verdachte ter zitting dat het feit heeft plaatsgevonden tijdens een lockdown. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen dat het feit heeft plaatsgevonden in de periode van 1 februari 2021 tot en met 1 mei 2021.
Feit 2
Aangezien verdachte ten aanzien van feit 2 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 9 februari 2024 en afgelegd bij de politie (pagina 37 tot en met 46);
- het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] (pagina 19 tot en met 23).
Voor wat betreft de pleegperiode zoekt de rechtbank aansluiting bij de verklaring van [slachtoffer] , waaruit volgt dat het feit heeft plaatsgevonden toen hij in de brugklas zat en net veertien jaar was of dat bijna zou worden, en de verklaring van verdachte ter zitting dat het feit heeft plaatsgevonden tijdens een lockdown. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen dat het feit heeft plaatsgevonden in de periode van 1 februari 2021 tot en met 1 mei 2021.