Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- € 23.758,34 ( [factuurnummer 1] d.d. 23 december 2022)
- € 3.312,38 ( [factuurnummer 2] d.d. 27 januari 2023)
- € 2.190,00 ( [factuurnummer 3] d.d. 3 februari 2023)
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 5.219,50, welk bedrag dient te worden verminderd met het reeds door [gedaagde] betaalde bedrag van € 3.631,75. Wat deze facturen betreft, dient [gedaagde] aldus nog een openstaand bedrag van € 1.587,75 te voldoen aan [eiseres] .
€ 2.546,09. Dit bedrag is te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, welke ingevolge artikel 6:119a BW en artikel 6.5 van de overeenkomst verschuldigd is vanaf de 31e dag na de desbetreffende factuurdata.