Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het passeren van een rood verkeerslicht op 5 augustus 2022 te Vlissingen. Hij stelde beroep in tegen deze boete omdat hij de gedraging ontkende en stelde dat er geen flitspaal aanwezig was op de locatie en dat hij niet was gestopt door de verbalisant. Ter zitting voerde betrokkene aan dat hij die dag met zijn zoons naar het ziekenhuis reed en zeker wist geen rood licht te hebben gepasseerd. Zijn zoons konden dit bevestigen. Ook herinnerde hij zich de situatie goed omdat de vermeende locatie niet klopte, daar geen stoplichten aanwezig zijn.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar de kantonrechter stelde vast dat niet was komen vast te staan dat de gedraging had plaatsgevonden. De ontkenning van betrokkene werd als consistent en aannemelijk beoordeeld. Daarom kreeg betrokkene het voordeel van de twijfel en werd het beroep gegrond verklaard.
De beschikking waarbij de boete was opgelegd en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd. Het reeds betaalde bedrag van € 259,- moest worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.