Op 20 februari 2024 deed de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak in twee bestuursrechtelijke voorlopige voorzieningszaken tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom.
In de uitspraak was abusievelijk opgenomen dat verzoeker in geen van beide zaken griffierecht had betaald. Dit bleek onjuist, aangezien verzoeker geen griffierecht heeft betaald en het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van €51 per procedure dient te vergoeden.
De voorzieningenrechter heeft daarom op 26 februari 2024 de uitspraak van 20 februari 2024 hersteld door rechtsoverweging 2.3, waarin het griffierecht werd besproken, te laten vervallen. De rest van de uitspraak blijft ongewijzigd. Tegen deze hersteluitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.