Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
- de gecertificeerde instelling
- [de vader], hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats 2] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor twaalf maanden vanwege een bedreiging van haar ontwikkeling door het ontbreken van onbelast contact met haar vader. De moeder voert verweer en uit zorgen over de veiligheid en pedagogische geschiktheid van de vader. De vader staat open voor hulpverlening en contact.
De kinderrechter constateert dat het vrijwillig kader onvoldoende heeft gewerkt en dat de situatie complex is door de verstoorde relatie tussen de ouders en het ontbreken van contact. De minderjarige is recent geïnformeerd over haar vader, maar de opvolging hiervan is onzeker. De rechter acht het belangrijk dat de minderjarige een eigen beeld kan vormen van haar vader via begeleide contacten.
De kinderrechter wijst het verzoek toe voor twaalf maanden onder toezichtstelling, met intensieve begeleiding en ondersteuning aan beide ouders, waaronder inzet van IPT. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de noodzaak voor de ontwikkeling van de minderjarige.
Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor twaalf maanden met onmiddellijke uitvoering.