ECLI:NL:RBZWB:2024:1236
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens weigering uitvoering vonnis door uitvoerend orgaan
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 februari 2024 een veroordeelde veroordeeld tot gevangenisstraf en ter beschikkingstelling met voorwaarden, waaronder een langdurige verplichte opname in een kliniek. De ter beschikkingstelling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat plaatsing op korte termijn mogelijk was. Na het vonnis meldde het uitvoerend orgaan (AICE) dat plaatsing pas na 60 dagen mogelijk zou zijn, omdat de voorlopige hechtenis nog zou doorlopen.
De rechtbank deelt deze uitleg niet en stelt dat het uitvoerend orgaan verplicht is het vonnis loyaal uit te voeren, zonder eigen beleidsmatige interpretaties. De weigering van AICE baart de rechtbank zorgen vanwege de schending van de rechtsstatelijke beginselen en het belang van een spoedige behandeling van de veroordeelde.
Op verzoek van de raadsman van de veroordeelde heft de rechtbank daarom de voorlopige hechtenis op, ondanks dat zij dit om rechtsstatelijke redenen ongewenst vindt, om te voorkomen dat de kliniekplaats verloren gaat en de behandeling kan starten.
Uitkomst: De rechtbank heft de voorlopige hechtenis op vanwege weigering van het uitvoerend orgaan het vonnis uit te voeren.