Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd omdat het keuringsbewijs van zijn voertuig was verlopen. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene en zijn gemachtigde afwezig.
De gemachtigde voerde aan dat het voertuig gedemonteerd was vanwege een motorblokwissel en daardoor niet kon worden gekeurd of gebruikt. Tevens werd betoogd dat de boete in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De officier van justitie stelde dat de boete landelijk is vastgesteld en geldt voor iedereen die niet tijdig keurt, en dat het voertuig geschorst had moeten worden.
De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Het niet schorsen van het voertuig komt voor eigen rekening en risico van de kentekenhouder. Er was geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens verlopen keuringsbewijs wordt ongegrond verklaard.