Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A58 te Goes op 7 maart 2022. Betrokkene stelde dat ten onrechte is afgezien van een staandehouding, terwijl volgens art. 5 Wahv Pro bij een geconstateerde gedraging de bestuurder staande gehouden moet worden indien mogelijk.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de rechtbank bevestigt dit oordeel. De verbalisant zag af van staandehouding omdat het voertuig niet over een stoptransparant beschikte en de gedraging op een rijksweg plaatsvond waar hoge snelheden gelden, waardoor een staandehouding gevaarlijk zou zijn geweest.
De rechtbank acht de verklaring van de verbalisant betrouwbaar en concludeert dat er onder de gegeven omstandigheden geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De boete is daarom terecht opgelegd aan de kentekenhouder. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard omdat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.