ECLI:NL:RBZWB:2024:1284
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen omgevingsvergunning voor woningbouw en uitrit nabij erfgrens
Derde partij vroeg een omgevingsvergunning aan voor het bouwen van een woning en het aanleggen van een uitrit op een perceel met een bestemming die bouwen niet toestaat. Het college verleende vergunning op grond van afwijking van het bestemmingsplan, waarbij eiser bezwaar maakte tegen de bouw van een 3 meter hoge garagemuur dicht bij zijn keukenraam vanwege lichtverlies, schaduw en privacyverlies.
De rechtbank oordeelde dat het bouwplan voldoet aan de daglichtnormen uit het Bouwbesluit 2012 en dat de privacybezwaren onvoldoende aannemelijk zijn, mede omdat de garage op een meter afstand van de erfgrens staat en geen ramen bevat. De rechtbank vond de aantasting van het woongenot beperkt en aanvaardbaar in het licht van de belangen van derde partij.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat een brief waarin het college zou hebben toegezegd dat een gewijzigd bouwplan nodig was, niet in het dossier zat en door het college als vergissing werd aangemerkt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat het bouwplan aan weerszijden op gelijke afstand van de erfgrens is gesitueerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.