Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Oude Vlissingseweg te Middelburg op 29 oktober 2022. Betrokkene voerde aan dat hij niet de gedraging had verricht en verwees naar een gestolen scooter en kenteken, alsmede zijn locatie op het moment van de overtreding.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar de kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de overtreding is begaan. Betrokkene heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd. Wel is vastgesteld dat de hoorplicht tijdens de administratieve fase is geschonden, omdat betrokkene niet is gewezen op zijn recht om gehoord te worden.
Gezien deze schending van de hoorplicht matigde de rechtbank de boete met 25%. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie wordt gegrond verklaard en de boete wordt dienovereenkomstig verminderd. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid wordt aan betrokkene terugbetaald.