ECLI:NL:RBZWB:2024:1295
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag OZB woning te Steenbergen
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning te Steenbergen, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2021 is vastgesteld op €321.000. Tegen deze waardebepaling en de daarop gebaseerde aanslag OZB is bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €232.000 bedraagt.
De rechtbank heeft het beroep op 12 januari 2024 behandeld en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met vier referentiewoningen. Belanghebbende voerde aan dat enkele referentiewoningen niet vergelijkbaar zijn vanwege verschillen in bouwjaar en stelde dat de factor voor kwaliteit en onderhoud te hoog is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gebruikte referentiewoningen vergelijkbaar zijn en dat rekening is gehouden met verschillen. De 35%-richtlijn uit de waarderingsinstructie is niet bindend voor de WOZ-waarde. De stelling van belanghebbende dat de woning gemiddeld is en de kwaliteit hoger is ingeschat, is niet onderbouwd met bewijs. De waarde van €321.000 wordt gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van €321.000 gehandhaafd.