Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 16 maart 2022 te Terneuzen. Hij maakte bezwaar tegen de boete, maar het bezwaar werd door de officier van justitie ongegrond verklaard. Betrokkene stelde daarop beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat de gedraging, zoals vastgelegd in de verklaring van de verbalisant, voldoende bewezen is. Betrokkene voerde geen feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. Wel oordeelde de rechtbank dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen tijdens de administratieve fase, wat in strijd is met de wet.
Hierdoor werd het beroep gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie vernietigd. De rechtbank matigde de boete met 25% vanwege deze structurele schending van de hoorplicht. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck op 17 januari 2024.