ECLI:NL:RBZWB:2024:130
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-betaalde rekening motorrijtuigenbelasting niet-ontvankelijk verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een onbetaalde rekening motorrijtuigenbelasting (MRB), die volgens de rechtbank geen voor bezwaar vatbare beschikking is. De MRB is een belasting op aangifte en moet vóór het tijdvak betaald worden. Een rekening herinnert slechts aan de betalingsverplichting en kan niet worden betwist via bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende feiten heeft gesteld om aan te tonen dat het Unierecht van toepassing is, waardoor een beroep op artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU niet slaagt. Zelfs indien het Unierecht van toepassing zou zijn, biedt het nationale recht voldoende rechtsbescherming via bezwaar tegen de aangifte of naheffingsaanslag.
Verder wijst de rechtbank het verzoek om rentevergoeding af, omdat zij niet inhoudelijk tot beoordeling toekomt. Ook het bezwaar tegen het griffierecht op grond van het Unierecht wordt verworpen. Prejudiciële vragen aan het Europese Hof zijn niet nodig. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de onbetaalde rekening motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard.