ECLI:NL:RBZWB:2024:131
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen onbetaalde rekening motorrijtuigenbelasting niet-ontvankelijk verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een onbetaalde rekening motorrijtuigenbelasting (MRB), maar de rechtbank verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat een rekening geen beschikking is waartegen bezwaar mogelijk is. De MRB is een belasting op aangifte die vooraf moet worden voldaan; de rekening dient slechts als herinnering.
Belanghebbende voerde aan dat het niet kunnen opkomen tegen de rekening een schending van artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie oplevert. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende feiten had gesteld om het Unierecht van toepassing te verklaren en dat, zelfs indien het Unierecht van toepassing zou zijn, er voldoende rechtsmiddelen bestaan via bezwaar tegen de aangifte of naheffingsaanslag.
De rechtbank wees ook het verzoek om rentevergoeding af omdat zij niet toekwam aan een inhoudelijke beoordeling. Verder werd het argument dat het griffierecht in strijd is met het Unierecht verworpen, mede gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad. Prejudiciële vragen aan het Europese Hof werden niet gesteld. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het besluit op bezwaar bleef in stand.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de onbetaalde rekening motorrijtuigenbelasting is terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.