ECLI:NL:RBZWB:2024:1312
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Garagebox geen aanhorigheid woning, terecht als box 3 bezitting aangemerkt
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, waarin de garagebox als box 3 bezitting werd belast. Hij stelde dat de garagebox bij zijn woning hoorde en daarom als aanhorigheid in box 1 moest worden opgenomen.
De rechtbank beoordeelde of de garagebox aan de voorwaarden voldoet om als aanhorigheid te worden aangemerkt, zoals afstand, bouwkundige samenhang en bereikbaarheid. Hoewel de garage in gebruik is bij het woonhuis en dienstbaar is, ligt deze circa 135 tot 140 meter verwijderd in een ander straatje, niet in hetzelfde bouwblok of wooncomplex.
De rechtbank concludeerde dat de garagebox niet bij de woning hoort en daarom terecht als box 3 bezitting is aangemerkt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen gelijke gevallen of beschermde verwachtingen waren aangetoond.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, de aanslag en beschikking rendementsgrondslag blijven in stand en hij krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de garagebox als box 3 bezitting wordt belast.