Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats];
7 maart 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 februari 2024 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot verlenging van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een GGZ-instelling. Betrokkene was niet bereid zich te laten horen tijdens de mondelinge behandeling, waarop de rechtbank met instemming van de advocaat en psychiater buiten haar aanwezigheid verder is gegaan.
De psychiater heeft toegelicht dat betrokkene afwerend en onvoorspelbaar gedrag vertoont, slecht voor zichzelf zorgt, en het gevaar bestaat dat zij verder psychotisch decompenseert. Betrokkene lijdt vermoedelijk aan een schizofreniespectrumstoornis en vertoont geen ziektebesef. Er is sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstige verwaarlozing en risico op lichamelijk letsel.
De rechtbank stelt vast dat de noodzakelijke zorg, waaronder toediening van voeding, medicatie en beperking van bewegingsvrijheid, niet vrijwillig wordt geaccepteerd en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken verleend.
De beschikking is op 15 februari 2024 mondeling gegeven en op 29 februari 2024 schriftelijk ondertekend. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychotische stoornis.