De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 februari 2024 een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden aan betrokkene, geboren in 1996, die lijdt aan een neurobiologische ontwikkelingsstoornis en schizofreniespectrumstoornis. Het verzoek tot verplichte zorg werd ingediend door de officier van justitie en omvatte onder meer medicatie, opname en bewegingsbeperkingen.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan geen zorgmachtiging nodig te hebben en verzette zich tegen opname en medicatie, hoewel hij bereid was ambulante gesprekken voort te zetten. De psychiater en casemanager benadrukten de noodzaak van verplichte klinische opname en medicatie om ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang te voorkomen. De moeder van betrokkene uitte eveneens zorgen over zijn situatie en zelfstandigheid.
De rechtbank concludeerde dat betrokkene geen ziektebesef heeft en dat zijn stoornissen leiden tot ernstig nadeel, waaronder zelfverwaarlozing en vervuiling van de woning. Vrijwillige zorg is niet mogelijk gezien het verzet van betrokkene. De rechtbank achtte verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname voor maximaal twee maanden, noodzakelijk en proportioneel om het ernstig nadeel af te wenden.
De zorgmachtiging werd toegekend voor zes maanden, korter dan de door de officier van justitie gevraagde twaalf maanden, en het verzoek tot overige vormen van verplichte zorg werd afgewezen wegens onvoldoende motivatie. Tegen deze beschikking staat cassatie open.