Betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van de verkoop en aflevering van cocaïne. De officieren van justitie vorderden ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €15.000,-, gebaseerd op de verkoop van kilo’s cocaïne in september 2020.
De verdediging stelde voor het voordeel gelijk te verdelen over de betrokkenen, waardoor betrokkene €7.500,- zou moeten betalen. De rechtbank heeft het dossier en het ontnemingsrapport beoordeeld en vastgesteld dat betrokkene samen met een ander 26 kilo cocaïne heeft verkocht en afgeleverd. Op basis van gesprekken over in- en verkoopprijzen is het wederrechtelijk verkregen voordeel per kilo vastgesteld op €500,-, gedeeld door twee personen, wat resulteert in €250,- per kilo per persoon.
De rechtbank volgt de verdediging in de verdeling van het voordeel en stelt het bedrag vast op €6.500,-. Er is geen draagkrachtverweer gevoerd en geen reden tot matiging. De rechtbank legt betrokkene de betalingsverplichting op en bepaalt de maximale gijzelingstermijn bij niet-betaling op 130 dagen. De overige vordering van de officier van justitie wordt afgewezen.